Menu
Diabetespas

Parkeerkaart voor invaliden

Terugbetalings-
systemen

Ziekte- en moederschapsverlof

Mantelzorg

Huisvesting bejaarden

Kinderbijslag

Ziekenvervoer

naar begin

Diabetespas   naar begin

Elke diabetespatiënt kan een gratis diabetespas aanvragen.

Dankzij de diabetespas

  • Geniet u van een optimale coördinatie en organisatie van de medische behandelingen en soorten van verzorging, die u nodig hebt. Het is een hulpmiddel voor uw arts om zowel uw gezondheidstoestand als de door andere zorgverleners toegediende verzorging opvolgen. Zo blijft iedereen goed op de hoogte van de doelstellingen van de behandeling, de medicatie, de onderzoeken, enzovoort.

  • Vindt u heel wat praktische informatie terug met duidelijke instructies over hoe diabetes moet worden aangepakt, het voorkomen van verwikkelingen, zelfzorg en eerste hulp.

  • Diabetici die insuline moeten inspuiten, kunnen in de pas een verklaring van de arts laten invullen dat ze om medische redenen injectienaalden nodig hebben. Dat is handig en soms zelfs noodzakelijk voor wie naar het buitenland reist.

  • Kunt u ook onder bepaalde voorwaarden tegemoetkomingen bekomen voor jaarlijks 2 consultaties bij verbonden diëtist en 2 behandelingen bij een gegradueerd podoloog.

Podoloog: www.podologieweb.be

Hoe?
U laat een aanvraagformulier invullen door uw huisarts en dient het in bij uw ziekenfonds.
Uw huisarts beschikt over een aanvraagformulier of u kan het eventueel ook hier downloaden.

Waar?
Een ingevuld aanvraagformulier en een medisch attest van de huisarts dient opgestuurd naar de adviserend geneesheer van het ziekenfonds waarbij de patiënt is aangesloten.

Het gebruik van de Diabetespas
Dit is een volwaardige prestatie (nomenclatuurcode 102852) en wordt 1x per kalenderjaar aangerekend bij een raadpleging. Voor patiënten met een globaal medisch dossier is het honorarium van de huisarts voor deze nieuwe prestatie volledig ten laste van de verplichte ziekteverzekering. Deze patiënten betalen hiervoor dus geen remgeld.
De prestatie kan eenmaal per kalenderjaar worden aangerekend.

Meer informatie


Parkeerkaart voor invaliden   naar begin

Dit is een soort pas die u bepaalde voordelen geeft bij het parkeren als chauffeur van het voertuig of als passagier. De kaart is persoonlijk: niemand mag van de kaart gebruik maken als u niet zelf in het voertuig zit.
Indien u in het bezit bent van een parkeerkaart voor invaliden mag u in België dus parkeren op plaatsen voorbehouden aan personen met een handicap.

Wanneer heeft u recht op een parkeerkaart?
1. U hebt recht op de parkeerkaart als u officieel erkend wordt als invalide of persoon met een handicap om één van de volgende redenen:

  • u hebt een blijvende invaliditeit
    • van 50 % of meer (invaliditeit van de benen)
    • van 80 % of meer (andere invaliditeit)
  • u bent oorlogsinvalide (burgerlijk of militair) met een invaliditeit van 50 % of meer
  • u bent volledig verlamd aan de armen of beide armen werden geamputeerd
  • uw gezondheidstoestand vermindert uw zelfredzaamheid of heeft een negatieve invloed op uw mobiliteit:
    • als u ouder bent dan 21 jaar: 12 punten of meer (zelfredzaamheid) of minstens 2 punten (mobiliteit)
    • als u jonger bent dan 21 jaar: 2 punten in de categorie "verplaatsing" of "mobiliteit en verplaatsing"
  • Als uw kind, door een invaliditeit of handicap, recht heeft op de parkeerkaart mag u een kaart op zijn naam aanvragen.

2. U bent nog niet officieel erkend als invalide of als persoon met een handicap:
U mag de kaart aanvragen maar u zal een medisch onderzoek (" expertise ") moeten ondergaan om na te gaan of u hier recht op hebt. Ongeveer 3 maanden na uw aanvraag zal een dokter van de dienst 'Personen met een handicap' u uitnodigen. Als dit onderzoek uw handicap bevestigt dan zal onze dienst u een attest toesturen. U bent dan officieel erkend als persoon met een handicap.

Hoe kan u de parkeerkaart krijgen?
U biedt zich aan het loket van het gemeentehuis aan en u vraagt een aanvraagformulier voor de parkeerkaart.

  • als u officieel erkend bent door de DG Personen met een handicap dan zal de gemeentebediende u alleen het aanvraagformulier meegeven en een ontvangstbewijs.
  • in de andere gevallen zal de gemeentebediende u ook nog het medisch formulier 3-4 meegeven dat u laat invullen door u dokter (dit is een aanvraag voor een medisch onderzoek).
U moet dit aanvraagformulier invullen het ondertekenen, en een foto (van de aanvrager) toevoegen.

Adres waarnaar u uw dossier moet terugsturen
FOD Sociale Zekerheid
Directie-generaal Personen met een handicap
Administratief Centrum Kruidtuin
Finance Tower
Kruidtuinlaan 50 bus 50
1000 Brussel

Meer informatie (pdf-formaat)


Terugbetalingssystemen   naar begin

Voor personen die veel zorg nodig hebben of die het remgeld niet kunnen betalen zijn er specifieke betalingssystemen in het leven geroepen zoals de regeling derde betaler, de maximum factuur en medische kaart.

REMGELD
Dit is het meest gebruikelijke systeem.
De patiënt betaalt de volledige prijs, bijvoorbeeld voor een raadpleging. Via het getuigschrift dat door de zorgverlener wordt overhandigd wordt een groot deel van dit geld later tergubetaald door het ziekenfonds. Een stuk van het totale bedrag blijft dus voor rekening van de patiënt. Dit bedrag wordt het remgeld genoemd. Het remgeld werd ingevoerd om er voor te zorgen dat personen niet onnodig gebruik zouden maken van de gezondheidszorg. De terugbetalingstarieven van de zorgen verschillen naargelang het gaat om een gewone verzekerde of een voorrangsverzekerde (WIGW) en naargelang van de categorie van de medische prestatie.

De gewone verzekerde
De gewone verzekerde is de persoon die niet valt onder de categorie van het voorkeursstelsel voor de terugbetalingen.
Terugbetalingsvoet voor de gewone verzekerde :

  • Gewone zorg (bijvoorbeeld, raadpleging van een arts): de klassieke terugbetalingsvoet is 75% van de totale kostprijs. Er wordt echter een minder gunstige voet toegekend voor bepaalde zorgtypes. Zo is een raadpleging van een specialist duurder dan die van een huisarts.
  • Geneesmiddelen op voorschrift: er zijn vier categorieën geneesmiddelen, waarvoor de terugbetaling varieert van 100% (in geval van zware en langdurige ziekten) tot 20% voor minder nuttige geneesmiddelen of milde ziekten.
  • Ziekenhuisopname: de berekening gebeurt per "verpleegdag, afhankelijk van :
    • het type van medische ingreep
    • of u een eenpersoons-, tweepersoons- of gemeenschappelijke kamer kiest (toeslagen kunnen worden gevraagd, vooral voor eenpersoonskamers, maar soms ook voor tweepersoonskamers)
    • of u al dan niet een geconventioneerde arts kiest

Alle - zeer diverse - terugbetalingstarieven kunt u opvragen bij uw ziekenfonds.

De WIGW
Het voorkeursstelsel (WIGW) voor de terugbetalingen geldt voor personen in een bijzondere situatie:

  • weduwen (weduwnaars), invaliden, gepensioneerden en wezen (vandaar de afkorting WIGW)
  • personen die afhangen van het OCMW, begunstigden van toelagen voor gehandicapten, werklozen ouder dan 50 jaar die langer dan één jaar werkloos zijn
  • de personen ten laste van deze personen

Indien de inkomsten van deze personen niet hoger zijn dan €13.246,34 per jaar : plus €2.452,25 per persoon ten laste.
Deze personen betalen een lager remgeld. In bepaalde gevallen moeten zij niets betalen

REGELING DERDE BETALER (RDB)
Dit is een betalingssysteem waarbij het ziekenfonds en de zorgverlener de betaling onderling regelen. De patiënt betaalt uitsluitend het remgeld aan de zorgverlener: het gedeelte dat hij in elk geval moet betalen. De zorgverlener handelt zelf als derde betaler en laat zich het verschil terugbetalen door het RIZIV.

MAXIMUMFACTUUR (MAF)
Bij de maximumfactuur wordt er een grens gesteld aan het totaal aan remgelden dat een patiënt of een gezin op één kalenderjaar moet betalen. Boven dat bedrag worden de geneeskundige verstrekkingen volledig vergoed voor de rest van dat kalenderjaar. Iedereen heeft recht op gezondheidszorg, ongeacht zijn of haar inkomen. Deze regel is dus van toepassing voor alle sociaal verzekerden, maar deze grens is in het bijzonder nuttig voor chronisch zieken die naast veel medische kosten, vaak ook weinig financiële draagkracht hebben. De maximumfactuur kan ingevoerd worden op basis van specifieke kenmerken (zoals een verhoogde tegemoetkoming) of op basis van het inkomen van het gezin. Vanaf een bepaalde som aan remgeld (€450,00 of €650,00), krijgt de patiënt het volledige bedrag van de bijkomende kosten terugbetaald.

De remgelden die in rekening worden gebracht zijn de volgende:

  • remgelden op erelonen van artsen, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, ...
  • remgelden op technische prestaties zoals operaties, technische onderzoeken, labo-onderzoeken, ...
  • remgelden op de geneesmiddelen van de categoriën A en B ( de aanduiding van de categorië vindt u op de verpakking).
  • bepaalde ziekenhuiskosten, zoals het persoonlijk aandeel in de ligdagprijs in een algemeen ziekenhuis of het eerste jaar in een psychiatrisch ziekenhuis.

De bescherming dekt momenteel niet alle remgelden, ze wordt de komende jaren nog verder uitgebreid. U hoeft zelf niets te doen. Het ziekenfonds houdt bij wat u betaalt aan remgelden. Eventuele terugbetaling gebeurt automatisch, of via uw inkomstenbelastingen.

MEDISCHE KAART
Een medische kaart is een document dat uitgereikt wordt door het OCMW en waarmee het OCMW de kosten van bepaalde zorgen van een OCMW-cliënt op zich neemt. Hiervoor wordt vooraf een sociaal onderzoek gevoerd, pas daarna wordt de medische kaart aan een persoon toegekend. De voorwaarden voor het verkrijgen van een medische kaart zijn onder andere een laag inkomen en hoge medische kosten.
De kaart wordt uitgereikt voor een bepaalde periode en voor een bepaald zorgtraject, deze periode is echter verlengbaar. Elke OCMW kan autonoom beslissen of ze met het systeem medische kaarten wil werken, of met andere woorden niet elk OCMW levert medische kaarten af. De tussenkomst van het OCMW zorgt ervoor dat de zorgverlener betaald wordt voor de geleverde zorg.

Meer info bij de verschillende ziekenfondsen.


Ziekte- en moederschapsverlof   naar begin

ZIEKTEVERLOF

Wat moet u doen om ziekte-uitkeringen te bekomen?

  • uw arbeidsongeschiktheid aangeven bij de adviserend geneesheer van uw ziekenfonds, aan de hand van een "Getuigschrift van arbeidsongeschiktheid", beter bekend als het document "Vertrouwelijk". Als u geen gebruik maakt van dat getuigschrift, is uw aangifte niet geldig.
    • U kunt een "Getuigschrift van arbeidsongeschiktheid" opvragen bij uw ziekenfonds. Zorg ervoor dat u altijd zo'n document in voorraad heeft en in geval van ziekte meeneemt op uw raadpleging bij uw behandelende arts zodat deze dit kan invullen indien u ziekteverlof krijgt!!
  • Laat het document invullen door uw behandelend geneesheer.
  • Stuur het document zo snel mogelijk naar de adviserend geneesheer, of overhandig het hem persoonlijk. Vraag in dat geval zeker een ontvangstbewijs. De aangifte van de arbeidsongeschiktheid is namelijk onderworpen aan strikte termijnen:
    • Voor Bedienden: uiterlijk binnen de 48 uur na de aanvang van uw arbeidsongeschiktheid.
    • Voor Zelfstandigen: uiterlijk binnen 28 dagen na de aanvang van uw arbeidsongeschiktheid
      Wanneer u binnen de 14 dagen na het einde van een vorige ziekteperiode opnieuw ziek wordt (dit is een zogenaamde wederinstorting) kunt u uw aangifte best binnen de twee dagen indienen.
      Wanneer u meer dan 14 dagen na een vorige ziekteperiode opnieuw ziek bent, is er sprake van een nieuwe primaire arbeidsongeschiktheid. In dat geval geldt er opnieuw een aangiftetermijn van 28 dagen.

Het ziekteverlof, gerechtvaardigd door een medisch getuigschrift, wordt verdeeld in maximaal drie periodes :

  • De 1e periode (maximaal een maand) wordt gedekt door de werkgever, indien de persoon loontrekkende is (normaal loon), ofwel door de mutualiteit, indien de persoon een werkloosheidsuitkering trekt. Zelfstandigen ontvangen pas ziekte-uitkeringen vanaf de tweede maand van uw arbeidsongeschiktheid. De eerste maand is namelijk een niet-vergoedbare maand: de carensmaand
    !!Opgelet: de werkgever dient het ziekteverlof van zijn werknemer niet te betalen indien de werknemer is aangeworven met een contract voor bepaalde duur van minder dan drie maanden of voor een duidelijk omschreven werk van minder dan drie maanden en indien de werknemer over een anciënniteit beschikt van minder dan één maand.
  • De 2e periode ("primaire periode" of "arbeidsongeschiktheid" genoemd) loopt van de tweede maand van het ziekteverlof tot het einde van de 12de maand. De uitkering door het ziekenfonds bedraagt 60% van uw butoloon.
  • De 3e periode ("secundaire periode" of "invaliditeit") vangt aan vanaf de 13de maand.
    De door het ziekenfonds uitgekeerde bedragen verschillen ietwat volgens sociaal statuut.

Voor meer info contacteer uw ziekenfonds!

MOEDERSCHAPSVERLOF

Tijdens het moederschapsverlof ontvangt de vrouw een vervangingstoelage, betaald door het ziekenfonds. De ambtenaren met vaste benoeming krijgen hun uitkering verder doorbetaald vanwege de werkgever.

Ambtenaren/ Loontrekkenden

  • De moederschaprust bedraagt 15 weken, opgesplitst in twee periodes:
    • 6 weken prenatale rust (voorbevallingsrust)
      Vijf weken zijn facultatief en kunnen worden overgedragen naar de periode na de bevalling. De week die de bevallingsdatum onmiddellijk voorafgaat is een week van verplichte rust.
      Opgelet: niet alle dagen prenatale rust kunnen worden opgenomen als postnatale rust. Wel overdraagbaar zijn onder meer de dagen waarop men werkt of stempelt en wettelijke vakantiedagen. Ziektedagen zijn niet overdraagbaar.
    • 9 weken postnatale rust (nabevallingsrust)
      Dit gaat in op de dag van de bevalling (of de dag na de bevalling wanneer de werkneemster de arbeid nog heeft aangevat op de dag van de bevalling).
      De nabevallingsrust is verplicht.
      Eventueel kan de nabevallingsrust worden verlengd met het overdraagbare gedeelte van de voorbevallingsrust. Overdraagbaar zijn onder meer de gewerkte of gestempelde dagen en de wettelijke vakantiedagen. Ziektedagen kunnen niet worden overgedragen. Ook de laatste week voorbevallingsrust kan nooit worden overgedragen.
  • Meerlingen: 19 weken
    Als u zwanger bent van een meerling, kunt u aanspraak maken op vier bijkomende weken rust. U heeft dus recht op 19 weken moederschapsrust.
    De vier bijkomende weken bestaan uit twee weken voorbevallingsrust en twee weken nabevallingsrust. De bijkomende rustperiode is niet verplicht.
    De laatste 2 weken moederschapsverlof kunnen worden vervangen in reële vakantiedagen. De moeder kan dus 2 weken vroeger beginnen met werken en deze 2 resterende weken spreiden zoals ze wil.

Ook de vader heeft recht op een vaderschapsverlof van 10 dagen, op te nemen binnen de 4 maanden die volgen op de bevalling. Hij kan dit verlof naar believen opsplitsen.

Zelfstandigen
In de categorie zelfstandigen vallen zowel de zelfstandigen in hoofdberoep als de meewerkende echtgenoten.

  • De periode van moederschapsrust bedraagt maximum 8 weken. Tijdens deze periode mag u noch uw normale beroepsactiviteit, noch enige andere beroepsactiviteit uitoefenen.
    U bent verplicht om ten minste drie weken rust te nemen, namelijk de week voor de bevalling en de twee eerste weken na de bevalling. De resterende vijf weken zijn weken van facultatieve rust.
    • Prenataal: 3 weken, waarvan 1 week verplicht en 2 weken facultatief
    • Postnataal: 3 weken, waarvan 2 weken verplicht en eventueel verlengd met de niet opgenomen facultatieve prenatale rust ( maximum 2 weken)
    De weken van facultatieve rust moeten opgenomen worden per week of een veelvoud van weken. U kan tussentijds het werk hervatten.
  • bij een meerling: 9 weken. Als u zwanger bent van een meerling, kan u aanspraak maken op een bijkomende week rust.

Meer informatie
Moederschapsbescherming


Mantelzorg   naar begin

Mantelzorg is de hulp die familie of vrienden aan een zorgbehoevende bieden.

Vlaamse zorgverzekering  
Zorgbehoevenden hebben niet-medische zorgen nodig. Daarvoor kunnen ze rekenen op mantelzorgers, professionele zorgverleners of zorgvoorzieningen. De Vlaamse zorgverzekering zal deze niet-medische kosten gedeeltelijk dekken.

Voor wie?

  • inwoners van een erkend rusthuis, rust- en verzorgingstehuis of psychiatrisch verzorgingstehuis
  • zorgbehoevenden die thuis wonen en hulp krijgen van familie, vrienden of professionele hulp.

Wat moet u doen?
Bent u zwaar zorgbehoevend, dan moet u zich - net als elke burger die ouder is dan 25 jaar - eerst aansluiten bij een erkende zorgkas. Dat gebeurt door een bijdrage te betalen aan de zorgkas.
Vervolgens vult u of uw vertegenwoordiger het aanvraagformulier voor mantel- en thuiszorg of het aanvraagformulier voor residentiële zorg in het kader van de zorgverzekering in. Daarbij moet aangetoond worden dat u zwaar zorgbehoevend bent.
Ook zwaar zorgbehoevenden die jonger zijn dan 25 jaar en dus nog niet aangesloten zijn, kunnen via het indienen van een aanvraag bij een zorgkas van hun keuze in aanmerking komen voor een vergoeding.

Op het moment van de aanvraag moet u voldoen aan volgende voorwaarden:

  • ernstig en langdurig zorgbehoevend zijn
  • in Vlaanderen of Brussel wonen
  • de laatste 5 jaar ononderbroken in Vlaanderen of Brussel wonen ofwel ononderbroken sociaal verzekerd zijn in een lidstaat van de Europese Unie (EU) of in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER)
  • aangesloten zijn bij een zorgkas
  • geen aanvraag hebben ingediend bij een andere zorgkas
  • voor residentiële zorg: effectief verblijven in een erkende residentiële voorziening
Uw leeftijd speelt geen rol. Bent u jonger dan 26 jaar, dan kunt u ook een aanvraag indienen.

Wanneer wordt u als zorgbehoevend beschouwd?
Hierbij moet een onderscheid gemaakt worden tussen residentiële zorg enerzijds en mantel- en thuiszorg anderzijds.

  • Residentiële zorg: Hiermee wordt bedoeld de niet-medische dienstverlening tijdens het verblijf in een erkende residentiële voorziening (rusthuis, rust- en verzorgingstehuis, of een psychiatrisch verzorgingstehuis). De zorgbehoevendheid wordt bewezen aan de hand van een verblijfsattest dat kan afgeleverd worden door de residentiële voorziening waar men verblijft of door het ziekenfonds waarbij men aangesloten is.
  • Mantel- en thuiszorg: U wordt als zwaar zorgbehoevend beschouwd als u lijdt aan een langdurig en ernstig verminderd zelfzorgvermogen. Dit kunt u bewijzen aan de hand van een attest dat opgesteld is op basis van een bestaande indicatiestelling (dit kan een OCMW, een dienst voor gezinszorg of een centrum voor algemeen welzijnswerk zijn). Informeer bij uw ziekenfonds.

Hoeveel bedragen de vergoedingen?
130 euro per maand

Wat is een zorgkas?
De zorgkassen staan in voor de dagelijkse werking van de zorgverzekering. Elke burger die ouder is dan 25 jaar is verplicht zich aan te sluiten bij een erkende zorgkas. Dat gebeurt door jaarlijks een bijdrage te betalen aan de zorgkas.

Meer informatie

Thuiszorg ouderen
De individuele toelage voor thuisverzorging van ouderen bedraagt 450 euro per kalenderjaar binnen de perken van de kredieten die op de goedgekeurde begroting van de provincie Antwerpen worden voorzien.

Voor wie?
Personen of gezinnen die een zorgbehoevende van 75 jaar of ouder thuis verzorgt. De zorgbehoevende is hij/haar die lijdt aan een verminderd zelfzorgvermogen, voor zover dit geen aangeboren oorzaak heeft.

Hoe?
Voorwaarden

  • De aanvrager en de zorgbehoevende moeten op hetzelfde adres in de provincie Antwerpen wonen.
  • De verzorgde persoon moet de WIGW-voorkeur-regeling genieten. (zie hier: verwijzen naar hoger)
  • Er kan slechts 1 toelage aangevraagd worden door zorgbehoevenden die elkaar verzorgen.
  • Indien de aanvrager een zorgbehoevende partner verzorgt, mag het netto belastbaar inkomen van 2005 van de aanvrager én van de (wettelijke of feitelijk samenwonende) partner niet hoger zijn dan 21.550 euro.
  • De zorgbehoevende mag NIET in aanmerking komen voor vergoedingen van de Vlaamse zorgverzekering.

Aanvraag
Aanvragen moeten worden ingediend vóór 30 september van het dienstjaar.
Je kunt hier het volledige reglement en het aanvraagformulier met doktersattest downloaden.

Diensten en voorzieningen in de thuiszorg (bundel in PDF formaat)


Huisvesting bejaarden   naar begin

Kiezen voor een andere woonvorm is een ingrijpende en belangrijke beslissing die men goed moet voorbereiden. Bij de zoektocht hiernaar moet 'de vraag van de oudere centraal' staan. Een toekomstige rusthuis wordt zo de 'leefomgeving' die de 'thuis' vervangt.

Rusthuis (ROB)
Een rusthuis is een collectieve woonvorm waar aan personen ouder dan 60 jaar huisvesting wordt geboden met de mogelijkheid gebruik te maken van dagelijkse hulp en verzorging.

Rust- en Verzorgingstehuis (RVT)
In een rust- en verzorgingstehuis kan men terecht wanneer men zwaar zorgbehoevend is. In tegenstelling tot het rusthuis waar men op eigen houtje naartoe kan, kan men pas opgenomen worden in een RVT als men aan een aantal criteria van de KATZ-schaal voldoet en is er een medisch attest noodzakelijk. In veel rusthuizen zijn een aantal rust- en verzorgingsbedden geïntegreerd. Voor een RVT-bed wordt vanwege de overheid een hoger zorgforfait toegekend waardoor er meer personeel kan worden ingezet voor de verzorging en de verpleging.

Serviceflat
Dit zijn flatjes of appartementen voor ouderen die nog zelfstandig kunnen wonen en geen continue verzorging of permanent toezicht nodig hebben. De bewoner kiest zelf op welke diensten hij beroep doet. Deze diensten zijn maaltijden, gezinszorg, poetshulp, thuisverpleging. Een serviceflat biedt een beschermde woonomgeving. Er is een oproepsysteem aanwezig waar de bewoner zowel overdag als 's nachts gebruik van kan maken in geval van nood.

Dagcentrum en dagverzorgingscentrum
Dagopvang is een vorm van dienstverlening waarbij iemand een aantal keren per week, enkel overdag, naar een centrum gaat voor opvang en/of verzorging. Er worden een aantal diensten aangeboden zoals hygiënische en verpleegkundige zorgen, activering, ondersteuning en revalidatie, animatie, psychologische ondersteuning, warme maaltijd.

Kortverblijf
Is een tijdelijke opvang van een zorgbehoevende persoon in een rusthuis. Hij/zij maakt er gebruik van alle diensten waar ook de vaste bewoners gebruik van maken: maaltijden, verzorging, animatie, kinésitherapie. Bij de dienst maatschappelijk werk van zijn ziekenfonds kan men vernemen voor welk bedrag en welke periode men een tussenkomst kan bekomen van het ziekenfonds. Kortverblijf heeft vooral de bedoeling om de thuisverzorgers/mantelzorgers te ondersteunen.

Nachtzorg
Dit is een vorm van dienstverlening waarbij een oudere die thuis verzorgd wordt 's nachts kan opgevangen worden. Ofwel komt er een vrijwilliger, of een gediplomeerde verzorgende aan huis, ofwel wordt de zorgbehoevende oudere opgevangen in een woon- en zorgcentrum in de regio.

Diensten en voorzieningen in de thuiszorg (folder in pdf-formaat)


Kinderbijslag   naar begin

De gewone kinderbijslag wordt toegekend voor elk kind.

Verhoogde kinderbijslag
De gewone kinderbijslag kan aangevuld of vervangen worden. Er is verhoogde kinderbijslag voor:

  • kinderen van gepensioneerde zelfstandigen met een laag inkomen
  • weeskinderen van vader en/of moeder (wezenbijslag)
  • gehandicapte kinderen tot 21 jaar
  • kinderen van arbeidsongeschikte of actieve mindervalide zelfstandigen die 66 procent arbeidsongeschikt zijn vanaf de 7de maand ziekte
  • éénoudergezinnen
  • kinderen van volledig uitkeringsgerechtigde werklozen die langer dan zes maanden werkloos zijn en een inkomen hebben beneden een bepaald bedrag
  • Kinderen die in een gezin geplaatst zijn.

Waar Aanvragen?
Aanvragen bij het kinderbijslagfonds of bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag.
Aanvraagformulieren

Meer informatie

Schoolpremie
Om de impact van de schoolkosten op het gezinsbudget wat te beperken, wordt in 2009 een bij de gewone of verhoogde kinderbijslag (schoolpremie) toegekend.
Dit geldt voor alle kinderen die uiterlijk op 31 december 2008 nog recht geven op kinderbijslag.

Gehandicapte kinderen
Toelage ter ondersteuning van de thuisverzorging van gehandicapte kinderen

Wat?
De toelage bedraagt 300 euro voor de kinderen die thuis verblijven en 150 euro voor kinderen die een school, een semi-internaat of een dagcentrum bezoeken. In bepaalde gevallen kan op basis van het reglement een gedeelte van bovenvermelde bedragen worden uitgekeerd, bijvoorbeeld als een gezin in de loop van het jaar wordt uitgebreid met een gehandicapt kind of als een kind in de loop van het jaar een blijvende handicap oploopt.

Voor wie?
Ouders van gehandicapte kinderen.

Hoe?
De toelage wordt toegekend voor een kind dat minimum 66 procent lichamelijk en/of geestelijk gehandicapt is, met een maximum leeftijd van 25 jaar. Ook kinderen met mucoviscidose komen in aanmerking, ongeacht de vastgestelde graad van handicap. Het netto belastbaar inkomen van twee jaar vóór de aanvraag van de aanvrager én diens partner mocht niet hoger zijn dan 22.890 euro, een bedrag dat in december 2008 werd berekend op basis van de gezondheidsindex. Dit maximaal inkomen wordt verhoogd met 10 procent voor elke persoon fiscaal ten laste. De toelage moet vóór 1 mei 2009 worden aangevraagd. Uitzonderlijk nog vóór 30 september.
In december 2009 zal een nieuw bedrag berekend worden dat zo vlug mogelijk op deze website bekend gemaakt zal worden zodat er voor 2010 een aanvraag kan worden ingediend.

Aanvraag
Je kunt het reglement evenals het aanvraagformulier downloaden.


Ziekenvervoer   naar begin

Hieronder verschijnen mogelijkheden voor niet dringend ziekenvervoer van minder mobiele personen.

Ziekenwagens
Informeer bij uw ziekenfonds
In geval van bepaalde aandoeningen is er een terugbetaling mogelijk in de kosten voor verplaatsingen gemaakt door de rechthebbende en zijn begeleider.

Je kan ook een ziekenwagen reserveren bij het rode kruis

Dienst Aangepast Vervoer voor rolstoelgebruikers
Dit initiatief is ontstaan door een samenwerking tussen verschillende gemeentebesturen, de provincie Antwerpen en de Antwerpse Rolkar.
De dienst aangepast vervoer richt zich naar alle personen die door hun beperkte mobiliteit geen gebruik kunnen maken van het openbaar-vervoersaanbod. Het gaat in de meeste gevallen om gebruikers van een manuele of elektrische rolstoel, die het beste met een liftbusje vervoerd kunnen worden.
De dienst aangepast vervoer rijdt 7 dagen op 7 van 6.30 tot 24 uur. Er zijn geen beperkingen op het vlak van regelmaat, bestemming of de reden van vervoer.
Als passagier betaal je 0,46 euro per km met een minimumbedrag van 2,30 euro per rit. Voor deze prijs kan 1 begeleider gratis meerijden.
De busjes voor aangepast vervoer kunnen geboekt worden op 03/230.02.23 of via info@rolkar.be

www.rolkar.be

Mindermobielencentrale (MMC)
Dit werd opgericht om mensen met verplaatsingsproblemen en een beperkt inkomen toch de nodige transportmogelijkheden te bieden.

Meestal gaat het om gehandicapten, bejaarden of mensen in een sociale noodsituatie die familie willen bezoeken, naar de dokter moeten of boodschappen willen doen. Het transport wordt verzorgd door vrijwillige automobilisten die op bepaalde dagen of uren beschikbaar zijn. De aanvragen worden gecoördineerd door een permanentiedienst die telefonisch bereikbaar is.

Meer info vind je hier.

Contactpersoon voor Heist-Op-Den-Berg:
MMC Putte
Zevenbunder 9
2580 Putte
Tel.: 015/75.79.39
E-mail: dirk.saenen@scarlet.be

Belbus
Ook in dunbevolkte gebieden kunt u de bus nemen. Om daar kostenefficiënt openbaar vervoer aan te bieden, werkt De Lijn met belbussen. De belbus rijdt alleen op aanvraag. De belbus heeft geen vaste route of dienstregeling, en is ook geen taxi: het busje stopt alleen aan haltes van De Lijn die voor de rit werden aangevraagd bij de belbuscentrale.

Momenteel zijn er in Vlaanderen meer dan 120 belbusgebieden.
De Belbus bolt elke dag van de week, na reservatie: op weekdagen van 6 tot 21 uur, op zaterdag, zon- en feestdagen van 8 tot 23 uur.
Men dient één dag op voorhand te reserveren om te voorkomen dat de bus volgeboekt is.
Bel naar 03/218 14 94 en uw verplaatsing wordt gereserveerd. De centrale is van maandag tot vrijdag bereikbaar van 7.30 tot 18 uur, op zaterdag van 7.30 tot 16 uur.

Er rijden drie Belbussen in onze regio. In de hele regio kan men rechtstreeks van belbushalte naar belbushalte rijden.

Klantendienst, tel. 070 22 02 00, e-mail dienstregelingen@delijn.be, website www.delijn.be